• Category Archives internet
  • Zelf een thuismodem kiezen

    Gaat het dan toch nog gebeuren?
    Het is iets waar iedereen die een internetverbinding thuis heeft mee te maken heeft gehad. Zodra je een abonnement afsluit, krijg je hopelijk binnen enkele weken een modem van de provider toegestuurd. Dat moet je gebruiken om verbinding te maken met het netwerk van jouw provider. In feite zijn het niet alleen modems, maar ook routers. Zo maken zij niet alleen verbinding met het netwerk van de provider, maar regelen de apparaten ook het thuisnetwerk en sluit je er bedrade en draadloze apparaten op aan. De meeste apparaten die providers toesturen, zijn dus gecombineerde modemrouters. De kwaliteit van deze dingen valt vaak erg tegen, bijvoorbeeld als het gaat om wifi-bereik. Daar komt bij dat je het modem niet eens in eigendom hebt, maar vaak alleen in bruikleen.

    Bij het afsluiten van een abonnement is er geen stap in het proces waarbij wordt gevraagd of je eigenlijk wel een modem thuisgestuurd moet krijgen. Dat gebeurt gewoon. Dat is vreemd, want eigenlijk zou er wel een dergelijke stap moeten zijn. Er is sinds 2008 namelijk al Europese regelgeving die lidstaten verplicht om regels in te voeren waarmee consumenten zelf kunnen kiezen welk modem en welke router zij gebruiken. Die regelgeving heeft een bepaalde termijn om in de lidstaten in wetgeving opgenomen te worden, en deze termijn is inmiddels verstreken. Dus waarom zitten wij dan nog steeds met de situatie zoals die altijd heeft bestaan?

    Nederland heeft inmiddels eerste stappen gezet en de consultatie rond de conceptregelgeving is inmiddels afgesloten. Genoeg redenen om eens een blik te werpen op de voorgestelde regeling en op de reacties die daarop zijn ingestuurd.
    ethernetkabel.

    Hoe zijn we hier gekomen?

    Laten we eerst kijken naar de geldende wetgeving. Omdat het om Europese wetgeving gaat, zijn andere lidstaten ook verplicht om uitvoering te geven aan de regels die zijn vastgelegd in richtlijn 2008/63/EG. Die gaat over concurrentie op telecommarkten en bevat in artikel 4 de volgende tekst:

    “De lidstaten zien erop toe dat de nieuwe interfaces van het openbare net aan de gebruiker zelf de mogelijkheid bieden eindapparatuur aan te sluiten en dat de fysieke eigenschappen van die interfaces door de exploitanten van openbare telecommunicatienetten worden gepubliceerd.”

    De vraag die bij het lezen van deze tekst opkomt is wat de betekenis van de term ‘eindapparaten’ precies inhoudt, want daar schijnt het om te gaan. Gelukkig biedt de richtlijn ook een definitie van deze term. Die luidt als volgt:

    “de apparaten die voor overbrenging, verwerking of ontvangst van informatie direct of indirect op de interface van een openbaar telecommunicatienet zijn aangesloten; in beide gevallen, direct of indirect, kan de aansluiting geschieden per draad, per optische vezel of via elektromagnetische golven; een aansluiting is indirect wanneer een apparaat geplaatst is tussen het eindapparaat en de interface van het net.”

    Hoewel het taalgebruik niet inspireert tot het lezen van meer dan tien woorden, blijkt hieruit wel dat de definitie vrij breed is. In feite gaat het om alle apparaten die direct of indirect op het netwerk van de provider zijn aangesloten. Een modem zou dus onder de definitie moeten vallen, omdat het direct is aangesloten op het netwerk. Een router ook, omdat die indirect via het modem is aangesloten op het netwerk. Cruciaal hierbij is de vraag waar de grens wordt getrokken tussen het telecomnetwerk en het thuisnetwerk van de gebruiker, zoals we later zullen zien. Dit wordt aangeduid als netwerkaansluitpunt of netwerkinterface.

    ethernet

    Wat is er tot nu toe gebeurd?

    Ondanks deze regels is in Nederland nog niet veel van het effect daarvan te merken. Een van de eerste tekenen van leven kwam aan het einde van 2016, toen het ministerie van Economische Zaken het zogenaamde Besluit Eindapparaten publiceerde, dat de eerdergenoemde Europese regels vertaalt in Nederlandse. Als gevolg daarvan moeten providers bijvoorbeeld technische informatie op hun website plaatsen, zodat gebruikers en fabrikanten die kunnen inzien.

    Kort na de publicatie zette toezichthouder ACM een pagina online op zijn ConsuWijzer-portaal. Daar gaf de organisatie informatie over het kiezen van eigen apparatuur om aan te sluiten op het netwerk van telecomproviders. Er zat echter nog een haakje aan. De pagina bevatte namelijk wel informatie over het gebruik van een eigen router, maar het was voor veel mensen al wel duidelijk dat ze een eigen router achter hun modem konden hangen. Maar juist op de vraag of ze ook een eigen modem konden kiezen, gaf de pagina geen antwoord. Die vraag moest beantwoord worden aan de hand van een internetconsultatie.

    Het was dus wachten op de consultatie, die halverwege 2017 van start moest gaan. Die deadline werd niet gehaald. Het ministerie zei destijds tegen Tweakers: “Dit heeft ermee te maken dat we als EZ de toezichthouders goed willen aansluiten en betrokken willen houden bij het proces.” Uiteindelijk kwam de consultatie in december online en het bleek dat het kabinet een duidelijk standpunt had ingenomen: een modem valt ook onder de definitie van eindapparaat en moet dus vrij te kiezen zijn. Volgens het gepubliceerde concept moet die keuze halverwege dit jaar voor klanten van providers te maken zijn.

    Toezichthouder ACM publiceerde destijds een bericht waarin de voordelen voor klanten uiteengezet werden. Zo kunnen consumenten een product kiezen dat het beste bij hun netwerk past, krijgen de apparaten mogelijk meer functies, is er meer controle over privacy doordat de klantgegevens niet bij de provider liggen en kunnen consumenten eenvoudiger overstappen zolang de nieuwe provider dezelfde apparatuur ondersteunt. De ACM onderstreepte daarbij dat de providers verantwoordelijk blijven voor de veiligheid en continuïteit van hun netwerken. Dat houdt in dat ze bepaalde beveiligingsmaatregelen mogen nemen. Als het gaat om privacy zou de verantwoordelijkheid bij de consument of de fabrikant van het apparaat komen te liggen.

    Providers stribbelen tegen

    Bij de publicatie van de internetconsultatie schreef staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken: “Modems, routers en tv-ontvangers zijn volgens Europese regelgeving onderdeel van het privénetwerk van een consument of bedrijf. Daar hoort bij dat je zelf mag kiezen welke apparatuur daarop het best past bij jouw wensen, bijvoorbeeld op het gebied van privacy. Net zoals dat je zelf kunt kiezen welke mobiele telefoon of welk merk televisie je koopt. Hieraan is behoefte bij consumenten en het stimuleert bovendien dat meer aanbieders van deze apparaten toegang tot de markt hebben.”

    Providers

    Dat is vrij heldere taal en het is duidelijk dat de regering van plan is klanten van providers zelf te laten kiezen voor een modem. Voor de klanten die hierop zitten te wachten, is dat goed nieuws. De providers zijn echter minder blij met de voorgestelde regeling, zo blijkt uit de reacties op de internetconsultatie. Providers KPN, T-Mobile, VodafoneZiggo, Tele2 en Caiw hebben een gezamenlijke reactie opgesteld.

    Daarin spreken ze van ‘verregaande consequenties voor alle aanbieders’, die het gevolg zijn van de voorgestelde beleidsregel. Bovendien zijn ze niet tevreden met het traject in aanloop naar de consultatie, omdat hun aanbevelingen niet zouden zijn meegenomen. Een ander twistpunt is dat de providers het niet met het ministerie eens zijn dat het slechts om een verduidelijking van bestaande regels gaat. Zij vinden dat het juist om een wijziging van de regels gaat.

    Het draait allemaal om het begrip ‘netwerkaansluitpunt’ en waar het zogenaamde openbare elektronische communicatienetwerk eindigt of begint. In de voorgestelde regels eindigt dit netwerk bij het netwerkaansluitpunt, waarop het modem is aangesloten. Dat modem zou dan dus niet meer onder het netwerk van de providers vallen. Dat vinden ze echter geen goed idee, omdat dit allemaal problemen met zich mee zou brengen, die hieronder nader worden besproken. Het ministerie vindt de situatie dat providers de grens pas bij de lanpoort van het modem trekken juist onwenselijk, omdat er een marktaanbod voor modems bestaat dat nu echter niet wordt benut doordat klanten niet genoeg keuze hebben. Een van de argumenten van de providers is dat het Europese recht geen steun biedt voor de zienswijze van het ministerie.

    netwerkaansluitpunt
    Nieuwe situatie (boven) en huidige situatie. Afbeelding uit reactie van VTKE

    In hun kritiek vermelden de providers dat ze het er niet mee eens zijn dat het aansluitpunt door de beleidsregel buiten hun invloedssfeer wordt geplaatst, zoals te zien is op bovenstaande afbeelding. Ze schrijven dat het modem een ‘cruciaal deel’ van het netwerk is, omdat dit een ‘actieve component’ vormt. Als die ontbreekt, vrezen de providers dat ze niet genoeg controle kunnen uitoefenen op hun eigen netwerk, waardoor ze ook niet geacht kunnen worden de eindverantwoordelijkheid te dragen als het gaat om verwachtingen van de klant en prestaties van het netwerk.

    Andere argumenten van de providers zijn een hoger aantal storingen door ‘vreemde’ modems op een netwerk en de noodzaak van het zelf doorvoeren van updates. Zo stellen de providers dat ze modems in hun eigen beheer kunnen updaten, maar dat klanten met een eigen modem dat zelf zouden moeten doen. Dit zou ‘risico’s op het gebied van internetveiligheid’ met zich meebrengen. Daarmee lijken de providers voorbij te gaan aan het verschijnsel dat het beschikbaar stellen van patches voor bijvoorbeeld kwetsbaarheden vaak lang duurt en dat individuele gebruikers deze zelf mogelijk sneller kunnen doorvoeren.

    Ze stellen wel: “Uiteraard zijn er eindgebruikers en leveranciers die ervoor zorgen dat het modem altijd voldoet aan de laatste updates. In het businessmodel voor de verkoop van modems zit echter geen prikkel voor leveranciers en eindgebruikers om hiervoor te zorgen. In de meeste gevallen gaat het om een eenmalige aanschaf zonder servicecontract en verdere veiligheidsgaranties.” Een derde argument is dat de telecombedrijven geen kwaliteitsgaranties kunnen doen als klanten zelf een modem aansluiten, dat bijvoorbeeld niet getest is.

    Ten slotte schrijven de telecomproviders dat de voorgestelde beleidsregel ook de keuze van een settopbox lijkt toe te staan. Dat zien ze eveneens als problematisch, omdat er voor de beveiliging van videocontent bepaalde eisen aan hardware en drm worden gesteld.

    Overige reacties

    Naast enkele positieve reacties van individuele consumenten heeft ook de VTKE, oftewel Verbund der Telekommunikations-Endgerätehersteller, positief op de consultatie gereageerd. Dit consortium vertegenwoordigt de makers van eindapparaten zoals modems en routers. Dat stelt ‘verheugd’ te zijn over de voorgestelde beleidsregel. Ten aanzien van de discussie over het netwerkaansluitpunt zegt de organisatie dat het ministerie voor de juiste interpretatie heeft gekozen en dat de interpretatie die ‘gaandeweg door aanbieders is gehanteerd’ onjuist is. Deze zou ervoor zorgen dat de fabrikanten van eindapparaten in hun mogelijkheden worden beperkt om die apparaten aan klanten van Nederlandse providers te verkopen.

    Een interessant standpunt is dat volgens de VTKE de beleidsregel meteen geldig zou moeten zijn. Doordat het ministerie zijn voorstel aanduidt als verduidelijking, zou dit betekenen dat de verplichting om klanten een eigen modem te laten kiezen dus al bestaat. Daarom zou toezichthouder ACM dan ook meteen kunnen beginnen met handhaven.

    Voorbeeld Duitsland

    Rond het onderwerp van vrije router- en modemkeuze spelen tegenstrijdige belangen. Aan de ene kant willen gebruikers keuzevrijheid en aan de andere kant is het voor providers eenvoudiger om de bestaande situatie te handhaven. Ook blijft de vraag hoeveel klanten uiteindelijk voor een eigen modem zullen kiezen. Een land waar consumenten inmiddels al wel de keuze hebben om een eigen apparaat aan te sluiten, is Duitsland. Daar gelden de regels sinds halverwege 2016. Om wellicht een blik in de toekomst te kunnen werpen als de plannen van het kabinet in de huidige vorm doorgaan, is het nuttig om eens te kijken hoe de regelgeving bij onze buren heeft uitgepakt. Daarmee is niet gezegd dat de Nederlandse situatie precies hetzelfde eruit zal zien als de Duitse.

    De site Golem maakte een jaar nadat de regels van kracht waren geworden de balans op en concludeerde dat maar weinig mensen van de mogelijkheid gebruikmaakten en dat een enkele fabrikant de vruchten plukte van de aanpassing als het gaat om kabelmodems. De site onderzocht destijds de klantenaantallen met kabelmodems die van een eigen apparaat gebruikmaakten. Het bleek dat bij verschillende providers maximaal één procent van de klanten deze mogelijkheid benutte. Of de situatie inmiddels significant is veranderd, is onduidelijk. Bovendien geven de aantallen geen inzicht in klanten met bijvoorbeeld dsl-modems.

    AVM FRITZ!Box 6490 CableVerder bleek dat gebruikers die wel een eigen kabelmodem hadden aangeschaft in het overgrote deel van de gevallen een Fritzbox hadden gekozen. Die zijn afkomstig van de Berlijnse fabrikant AVM. Ziggo-zuster Unitymedia zei dat deze apparaten bij 99 procent van zijn klanten aanwezig waren die ervoor gekozen hadden een eigen apparaat te gebruiken. De vraag is of de Duitse markt genoeg overeenkomt met de Nederlandse om te concluderen dat er niet snel een scala aan aanbieders verschillende modemopties zal gaan aanbieden.

    Het eerdergenoemde consortium VTKE uitte zich eveneens positief over de ontwikkelingen in Duitsland. Het consortium, waar ook AVM deel van uitmaakt, sprak van een ‘successcenario’. Het haalde een eigen onderzoek aan waaruit zou blijken dat ongeveer de helft van de ondervraagden zei van plan te zijn een eigen apparaat aan te schaffen. Golem plaatste vraagtekens bij deze resultaten, gezien de cijfers van de providers.

    Tot slot

    Als het aan het kabinet ligt, krijgen we halverwege dit jaar nog de keuze om een eigen modem uit te zoeken bij ons internetabonnement, of gewoon voor het providermodem te gaan. De reacties op de consultatie wijzen uit dat de providers niet erg te spreken zijn over de plannen. Het is de vraag of deze bezwaren nog tot een ingrijpende aanpassing van de voorgestelde beleidsregel gaan leiden, of dat de regels in hun huidige vorm gaan gelden. Bij de aankondiging van de consultatie zei het ministerie van EZ enkel dat na afloop de staatssecretaris een besluit zal nemen over het verdere verloop van het proces, waardoor het nu wachten is op een beslissing. Daarna zal moeten blijken hoe de regels in de praktijk uitpakken.

    Mochten de regels inderdaad halverwege het jaar van kracht worden, zullen providers de nodige informatie op hun site beschikbaar moeten stellen. In Nederland is dat onder meer bij Xs4all, Telfort en Tweak te vinden, in Duitsland kun je alvast een voorproefje nemen bij Unitymedia, dat documentatie aanbiedt op een speciale site. Ook hier is het niet te verwachten dat er meteen een scala aan modemopties beschikbaar zal zijn. Voor dsl-modems zijn er verschillende opties te vinden, maar bij kabelmodems is de keuze beperkt.