Hoe de voedselindustrie ons misleidt

Voor consumenten, beleidsmakers en journalisten is het bijna onmogelijk in het voedseldebat feit van fictie te onderscheiden. De voedselindustrie en chemiereuzen als Monsanto, BASF en Syngenta proberen op allerlei manieren de publieke opinie te misleiden. Dat blijkt uit het rapport Spinning Food en eigen aanvullend onderzoek. Wij zetten de zeven belangrijkste tactieken van ‘Big Food’ voor jou op een rij.

features-brainfood-1De Amerikaanse tak van Friends of the Earth legde juni dit jaar in het rapport Spinning Food de misleidingstactieken van de voedselindustrie bloot. Met behulp van ‘onafhankelijke’ experts, belangengroepen en het sponsoren van wetenschappelijk onderzoek wordt het gebruik van gmo’s verdedigd, pesticidengebruik als ongevaarlijk bestempeld en de biologische landbouw zwart gemaakt.

Omdat een gewaarschuwd mens voor twee telt, maakten wij dit overzicht van de tactieken die deze bedrijven gebruiken. Spinning Food laat nog een uitgebreider overzicht zien.

Tactiek 1. Schakel een belangengroep in

In 1913 huurde Edward Bernays, de vader van de moderne PR, een team van dokters in om de voordelen van spek bij het ontbijt te promoten. Hij vergat hierbij te vermelden dat de dokters betaald werden door de varkensindustrie. Dit was de eerste keer dat een belangengroep werd opgezet die lijkt te werken in het algemeen belang, maar eigenlijk de belangen van de industrie behartigt.

Sindsdien worden ze veelvuldig ingezet door Big Food. Met namen als International Food Information Council of American Council on Science and Health klinken ze objectief en betrouwbaar, maar in werkelijkheid worden ze door multinationals gebruikt om de publieke opinie te manipuleren.

Een ander voorbeeld is de U.S. Farmers and Ranchers Alliance, opgericht om “het vertrouwen van de consument in de moderne voedselproductie te vergroten en te zorgen voor voldoende en veilig voedsel”. Ze manifesteert zich als woordvoerder van alle boeren in Amerika, maar geen enkel biologisch bedrijf is lid. Haar werkelijke agenda blijkt onder meer uit de ‘werkgroepen’ die agressief lobbywerk doen, zoals de Werkgroep Antibiotica die educatief materiaal verspreidt en leden traint om haar boodschap te verspreiden. Namelijk dat de risico’s van antibioticagebruik in de vee-industrie wel meevallen. Ondanks duidelijk tegenbewijs.

Deze belangengroepen verkondigen de boodschap van Big Food niet geheel belangeloos: in totaal ging er vorig jaar 126 miljoen dollar naar veertien van dergelijke belangengroeperingen.

Tactiek 2. Bouw je eigen website

Bedrijven als Monsanto en Syngenta richten zelf websites en platforms op die de schijn wekken van onafhankelijkheid, maar die keiharde bedrijfs-PR verspreiden. GMOAnswers.com is daar een goed voorbeeld van.

De website pronkt met de claim dat onafhankelijke experts, veelal topwetenschappers, in hun vrije tijd vragen beantwoorden, omdat ze het belangrijk vinden dat mensen juist voorgelicht worden. Maar achter de schermen zijn het de usual suspects, zoals BASF, Monsanto en Syngenta, die de site hebben opgericht en veel van de betrokken wetenschappers werken voor een van deze bedrijven.

Hoe gekleurd de antwoorden zijn, blijkt uit een vraag over de invloed van neonics en RoundUp op bijenpopulaties. Volgens de wetenschapper, die als ‘onafhankelijk’ expert voor Monsanto werkt, zijn er geen bewijzen gevonden voor schadelijke effecten. Hij haalt daarbij een studie aan van Helen Thompson; een wetenschapper wier werk hevig wordt bekritiseerd en die twee jaar geleden overstapte naar Syngenta, het bedrijf dat toevallig het meest profiteert van haar resultaten. Als dít objectieve informatie is, dan moeten we het begrip misschien maar eens herdefiniëren.

Tactiek 3. Koop je eigen wetenschappelijk bewijs en zaai verwarring

Je zou denken dat bedrijven het doen met bestaande onderzoeksresultaten en ze informatie verspreiden die weliswaar gekleurd is, maar wel waarheidsgetrouw. Dat van moedwillig en strategisch verkeerd voorlichten geen sprake is. Lessen uit het verleden schetsen echter een ander beeld. De tabaksindustrie is misschien geen origineel voorbeeld, maar dankzij allerlei rechtszaken is er veel interne communicatie op straat komen te liggen.

Uit een studie uit 2000 van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werd duidelijk hoe de tabaksindustrie probeerde te voorkomen dat schadelijk effecten over roken en meeroken bekend zouden worden bij het grote publiek en “actief heeft geprobeerd regulering van tabak tegen te gaan onder andere door belangengroepen en wetenschappelijke groepen in te zetten en zo het wetenschappelijke debat te manipuleren”.

Credit: Stanford School of Medicine, Stanford Research into the Impact of Tobacco Advertising

Credit: Stanford School of Medicine, Stanford Research into the Impact of Tobacco Advertising

De European Environmental Agency, onderdeel van de EU, beschreef hoe dat manipuleren in zijn werk ging: “De documenten (uit de rechtszaken, MB) bieden een ongekende inkijk in hoe advocaten van de tabaksindustrie betrokken waren bij het opzetten, uitvoeren en verspreiden van wetenschappelijk gesponsord onderzoek”. Deze advocaten beslisten welk onderzoek in aanmerking kwam voor financiering. Daarbij was het bedrijfsbelang het criterium. “De advocatenkantoren financierden ook onderzoek over factoren die potentieel verwarring konden brengen over de negatieve gezondheidseffecten van roken.”

Leidinggevenden van een tabaksgigant schreven in een beroemd memo over de communicatiestrategie in 1969 al: “Twijfel is ons product […] dit is de beste manier om te concurreren met de ‘bewijslast’ die zich in de hoofden van het publiek heeft opgebouwd”.

Dat dit geen tactiek uit het verleden is, bleek deze maand maar weer eens. The New York Times kwam met een onthulling dat Coca-Cola onderzoek heeft gefinancierd waaruit zou blijken dat teveel eten en het drinken van frisdranken niet de hoofdoorzaak van obesitas is. Deze boodschap wordt, niet verrassend, verspreid door de belangengroep Global Energy Balance Network, die vorig jaar 1,5 miljoen dollar van Coca-Cola ontving.

Tactiek 4. Sponsor overheidsprogramma’s

Ook in de suikerindustrie hebben zich vergelijkbare zaken voorgedaan. Al in 1950 erkende deze industrie het wetenschappelijke bewijs dat suiker tandbederf veroorzaakt, maar besloot daarop niet de suikerconsumptie in te perken. In plaats daarvan sponsorden ze wetenschappelijk onderzoek om alternatieve strategieën tegen tandbederf te ontwikkelen om verwarring te zaaien, zoals ook de tabaksindustrie deed.

De suikerindustrie werkte ook nauw samen met de National Institute of Health (NIH). De NIH zelf had in 1969 geconcludeerd dat het terugdringen van suikergebruik theoretisch mogelijk was, maar praktisch onhaalbaar. Iets wat de suikerindustrie natuurlijk goed uitkwam. In 1971 ging in de VS het National Caries Program van start, een wetenschappelijk onderzoeksprogramma om tandbederf tegen te gaan. Dankzij uitgebreid lobbywerk, onder andere erop gericht om goede banden met de belangrijke mensen bij de NIH te krijgen, slaagde de suikerlobby erin om bijna tachtig procent van de eigen voorstellen in het onderzoeksprogramma te krijgen.

Niet alleen in de VS weet de voedselindustrie zichzelf in overheidsprogramma’s te wurmen, in Nederland ook. Het Convenant Gezond Gewicht en het deelconvenant Jongeren op Gezond Gewicht, opgericht om de golf van obesitas in Nederland tegen te gaan, ontvangen geld van de voedingsindustrie. De voorzitter Rosenmöller is in zijn nopjes met die sponsoring: ‘De publiek-private samenwerking is heel geschikt om het probleem van overgewicht aan te pakken’. Maar het lijkt er sterk op dat bedrijven als Mars en Nutricia het overheidsprogramma gebruiken om hun laagwaardige voedselproducten de school binnen te krijgen. Het vermoeden van belangenverstrengeling wordt versterkt doordat bij adviesbureau Schuttelaar en Partners het secretariaat van het Convenant huist en zij ook de maatschappelijk communicatie voor grote bedrijven uit de voedingsindustrie verzorgen.

Tactiek 5. Breng tegenstanders in diskrediet

Als het moet, vallen de bedrijven ook individuen aan door twijfel te zaaien over wetenschappers en hun wetenschappelijke publicaties.

Syngenta heeft zoiets fraais gedaan, blijkt uit een verhaal in The New Yorker over de Amerikaanse onderzoeker Tyrone Hayes van de Universiteit van Berkeley. Enkele decennia geleden onderzocht hij in opdracht van Syngenta de effecten van het bestrijdingsmiddel atrazine op amfibieën. De resultaten duidden op een hormoonverstorende werking van dit herbicide. Door de negatieve resultaten raakte hij gebrouilleerd met Syngenta en onderzocht hij op eigen voet verder. Met keer op keer hetzelfde resultaat: dat atrizine voor mensen gevaarlijk kan zijn.

Credit: Brian McFadden

Credit: Brian McFadden

Na Hayes’ eerste publicatie ging Syngenta zich echt zorgen maken. Ze besloten een frontale aanval in te zetten en gingen in zijn privéleven wroeten. Dit zijn geen speculaties, maar blijkt uit interne memo’s van Syngenta.

Het PR-team had een lijstje gemaakt met vier punten voor het ‘probleem Hayes’. “Maak hem ongeloofwaardig” was er een van. Maar het bleef niet bij zijn werk, ook zijn vrouw werd nagetrokken. Volgens Hayes hebben medewerkers van Syngenta hem en zijn familie zelfs bedreigd. En ze achtervolgden hem letterlijk: Hayes vloog de wereld rond om voor het gevaar van atrazine te verspreiden, maar steevast was er een man in de zaal die hem stevig aan de tand voelde en zijn resultaten bekritiseerde.

Het beperkte zich niet tot bedreiging; Syngenta maakte een lijst met belangengroepen en ruim honderd experts die tegen betaling een positieve boodschap over atrazine konden verspreiden.  Don Coursey bijvoorbeeld, een professor van de Universiteit van Chicago, schreef voor 500 dollar per uur economische analyses die de noodzaak van atrazine aantoonden. Bovendien wendde het bedrijf haar invloed en geld aan om deze pro-atrazine artikelen in de media gepubliceerd te krijgen. Tenslotte kocht het bedrijf zoektermen op Google, zoals ‘Tyrone Hayes’ en ‘atrazine frogs’, op om de informatieverstrekking op internet te kunnen controleren.

Tactiek 6. Lobby

In Europa werkt het niet anders. Foodwatch en CEO houden zich al jaren bezig met een campagne waarin ze oproepen tot een kleurcodering van voedingsproducten. Groen is goed en rood is fout, zodat consumenten in één oogopslag kunnen zien of ze beter wel of niet die Mars kunnen eten. Dit voorstel, hoewel goed voor ons als consument, heeft het echter niet gehaald in het Europese Parlement. In plaats daarvan kozen de parlementariërs in 2010 voor het door de industrie aangedragen alternatief van het weergeven van ‘aanbevolen dagelijkse hoeveelheden’ op de verpakking.

Geen toeval, want de industrie had circa 1 miljard euro uitgegeven aan lobbypraktijken. Ook was geld besteed aan wetenschappelijk onderzoek om hun systeem te ondersteunen. De ngo European Food Information Council (EUFIC) bekeek het nut van labellen van verpakkingen, maar onderzocht alleen de alternatieven van de industrie en vergeleek die niet met de voorgestelde kleurcodering. EUFIC ontvangt geld van de voedselindustrie en de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd, werd bepaald door een medewerker van EUFIC. Toch is heel ironisch aangegeven in het artikel “dat er geen belangenconflicten zijn”.

Een Australische studie die wel de kleurcodering met het alternatief van de voedselindustrie vergeleek, liet zien dat de consument vijf keer beter het gezonde alternatief eruit pikte met de kleurcodering. Ondanks dit duidelijke resultaat stuurden de bedrijven regelmatig e-mails naar de parlementariërs met ‘stemadvies’ voor hun alternatief. Met resultaat helaas…

Tactiek 7. Beïnvloed de media

Extra complicerend is dat ook de media worden beïnvloed en ingezet door Big Food. Bijvoorbeeld om het biologische voedsel het stigma van elitair en niet per se gezonder mee te geven. De laatste jaren kiezen consumenten namelijk steeds meer voor biologisch voedsel, wat afgelopen jaar leidde tot een verlies van 4 miljard dollar voor de Big Food-bedrijven en tot meer aanvallen op biologisch voedsel.

Zo bestempelde The New York Post in het artikel De tirannie van de biologische moedermaffia moeders die hun kinderen gezond biologisch voeden als snobistisch en elitair. Met een glimlach om de mond is er te lezen: “Biologisch voedsel is niet automatisch beter. Het is een term die is ingelijfd en gemanipuleerd tot een miljardendollarindustrie door sommige van de grootste voedselbedrijven in Amerika”. In Slate verscheen het veel gedeelde artikel Organic Schmorganic, dat concludeerde dat biologisch voedsel geen gezondheidsvoordelen geeft en conventioneel voedsel geen teveel aan schadelijke pesticiden bevat. Waar komen die negatieve gedachten over biologisch voedsel vandaan?

Vermoedelijk door manipulatie van die andere miljardenindustrie stellen de auteurs van een analyse in Fairness and Accuracy in Reporting. Zo baseert The New York Post zich op een rapport van Academics Review, een organisatie waar ‘echte’ wetenschappers de ‘waarheid’ boven tafel willen brengen. Zij hekelen de ‘misleidende marketingpraktijken’ van de biologische industrie die erop gericht zijn de consumenten ‘valse en misleidende’ informatie over niet-biologisch voedsel te geven. Echte bewijzen hiervoor geven ze echter niet.

Een van de hoofdrolspelers bij Academics Review is Bruce Chassy (professor emeritus wel te verstaan), iemand die zeer dicht is verweven in een web van belangen: nauw betrokken bij GMOanswers.com, ontving onderzoeksgelden van Monsanto, Genencor en Amgen en hij zit in de Raad van Bestuur van de American Council on Science and Health (ACSH) die geld ontvangt van onder andere Syngenta en Bayer CropScience. Hij is geregeld in de media terug te vinden met een standpunt dat nauwgezet overeenkomt met de belangen van de industrie.

Concluderend

Ik weet dat we niet leven in een utopische wereld waarin niemand liegt en iedereen het beste met elkaar voor heeft. Maar wat dit verhaal zo schrijnend maakt, is dat bedrijfsbelang boven welke andere overweging dan ook lijkt te gaan. En dat deze bedrijven ondanks bewijs dat sommige van hun producten schadelijk zijn, niet het voorzorgsprincipe hanteren, maar agressief proberen hun eigen gelijk te creëren. Ze doen me denken aan Mohammed Saeed Al-Sahaf, de minister van informatie van Saddam Hoessein: al staat de hele wereld in brand, volgens hun is er niets aan de hand.

Zoals de auteurs in Fairness and Accuracy in Reporting zeggen: “Waarom zulke grote bedragen aan PR uitgeven om mensen te overtuigen dat ze zich niet druk moeten maken om pesticiden, antibiotica, hormonen en gmo’s, in plaats van ze te geven wat ze willen: veilig, verantwoord verbouwd eten dat mensen noch de planeet schade toebrengt.”


Comments are closed.